Rendement sparen en beleggen

Het rendement op een financieel product is de opbrengst of het financieel voordeel dat ermee te behalen is. Hierbij is het van belang om een onderscheid te maken tussen brutorendement (het rendement vóór kosten en belastingen) en nettorendement (het rendement ná kosten en belastingen).
Nettorendement doorslaggevend
Wilt u weten hoeveel jaar u nodig heeft om uw spaarinleg bij een bepaald rendement te verdubbelen? Deel het getal 72 door het desbetreffende rendement en u weet het. Bij een rendement van 7,2% verdubbelt u uw inleg dus in tien jaar. En bij een actuele spaarrrente van 4 % zou u er 18 jaar over doen.
Maar waar het bij vermogensopbouw natuurlijk om gaat, is het nettorendement. Het nettorendement bepaalt wat u uiteindelijk overhoudt. En er is nóg een factor om rekening mee te houden wanneer het om rendement gaat. Dat is de inflatie. Inflatie tast de koopkracht van uw geld aan en het is dus van belang om een nettorendement te behalen dat minimaal de inflatie bijhoudt. De ervaring van vele jaren wijst uit dat zich een aantal financiële producten bij uitstek lenen als bescherming tegen inflatie.
Rendement op een spaarrekening
Het brutorendement op een spaarrekening bestaat geheel uit rente, waarvan de hoogte per bank behoorlijk kan verschillen. Maar de moderne consument is gelukkig steeds minder gebonden aan het traditionele bankkantoor. Door de opkomst van nieuwe technologieën kan hij gemakkelijk vergelijken en sparen tegen de hoogste rente. Op het moment en de plaats die hém het beste uitkomt.
Aan de meeste spaarrekeningen zijn geen kosten verbonden. Indien een spaarrekening opnamekosten kent, bijvoorbeeld bij opnames boven een bepaald bedrag, moet u hiermee rekening houden bij het bepalen van het nettorendement.
Brutorendement op een spaarrekening
De rente die u op een spaarrekening ontvangt, is belastingvrij. Het gemiddeld saldo van uw spaarrekening moet u echter wel bij uw vermogen optellen voor de vermogensrendementsheffing. Indien uw nettovermogen (bezittingen minus schulden) in 2010 uitkomt boven het vrijgestelde bedrag van € 20.661,= per persoon, betaalt u over het meerdere 1,2% vermogensrendementsheffing.
Nettorendement op een spaarrekening
Het nettorendement van een spaarrekening zonder kosten is makkelijk uit te rekenen. Betaalt u geen vermogensrendementsheffing dan is het nettorendement gelijk aan de brutorentevergoeding. Betaalt u wel vermogensrendementsheffing, dan is het nettorendement 1,2% minder dan de rente die u ontvangt. Bij een rentevergoeding van bijvoorbeeld 2 % houd u dan na belastingen 0,8% over.
Rendement op beleggen
Ook als u gaat beleggen, wilt u natuurlijk weten welk rendement u zult behalen. Dit is echter nooit met zekerheid te zeggen. Wel is het mogelijk een verwachting uit te spreken op basis van in het verleden behaalde rendementen. Vanzelfsprekend is dat geen garantie voor de toekomst.
Enerzijds is er iets voor te zeggen om naar een zo lang mogelijke periode te kijken, omdat dan zowel goede als slechte jaren in de cijfers zijn verwerkt. Anderzijds is het maar de vraag in hoeverre het verre verleden representatief is voor een wereld die snel verandert. Wellicht dat een kortere periode dan juist beter is om een indicatie te krijgen van wat u in de toekomst kunt verwachten.
Maar hoe u ook naar de cijfers kijkt, één ding tonen ze allemaal overduidelijk aan: het bruto-rendement op aandelen is, zeker op lange termijn, beduidend hoger dan het brutorendement op obligaties en spaargeld.
Brutorendement op aandelen en obligaties
Voor aandelen bestaat het brutorendement uit dividenduitkeringen en koerswinst of -verlies. Het totale brutorendement op obligaties bestaat uit rente-uitkeringen en mogelijk tussentijdse koerswinst of -verlies.
Nettorendement op aandelen en obligaties
Bij alle vormen van vermogensopbouw, dus ook bij beleggen, gaat het om het nettorendement: het rendement na kosten en belastingen.
Bij beleggen zijn er globaal twee soorten kosten:
- eenmalige transactiekosten die u alleen betaalt wanneer u aan- of verkoopt;
- periodieke beheerskosten die u doorlopend, meestal eens per jaar, betaalt.
Kosten kunnen het rendement op uw beleggingen behoorlijk drukken. Hoe meer u handelt, hoe meer kosten u maakt. Actief beleggen is dan ook alleen de moeite waard als het extra rendement dat u ermee behaalt, opweegt tegen de kosten die u maakt.
In fiscaal opzicht maakt het weinig uit of het rendement tot stand komt door rente- of dividenduitkering danwel koersresultaat. Geen van beiden wordt immers direct belast. U moet echter wel ieder jaar de waarde van uw effectenbezit bij uw vermogen optellen voor de vermogensrendementsheffing. Als de gemiddelde waarde van uw nettovermogen gedurende het jaar uitkomt boven uw vrijstelling (in 2010 € 20.661,= per persoon), betaalt u 1,2 % vermogensrendementsheffing over het meerdere.
Nettorendement na inflatie
Het rendement na inflatie heet het reële rendement. Dit geeft aan in hoeverre uw belegging aan koopkracht wint of verliest. Het mag duidelijk zijn dat het ook bij beleggen van belang is om een nettorendement te behalen dat minimaal de inflatie bijboudt. Hoe hoger het brutorendement, hoe groter de kans dat dit gebeurt. Cijfers uit een lange reeks van jaren tonen aan dat beleggen in aandelen een goede manier is om het risico van koopkrachtverlies te minimaliseren.
Hoog rendement, maar niet ten koste van alles
Hoe hoger uw rendement, hoe beter natuurlijk. Maar niet tegen elke prijs. Een hoog rendement gaat immers gepaard met een hoog risico en niet iedereen is bereid dat te accepteren.
|