Garantielening land- en tuinbouw

garantieregeling

Een tijdelijke garantieregeling van de overheid voor boeren en tuinders die door de crisis tevergeefs bij hun bank aanklopten voor een lening om de tijd tussen planten en oogsten te overbruggen. Vanaf 1 oktober 2009 kon men er een beroep doen op.


Banken verlangen meer zekerheden

Normaal gesproken kunnen ondernemers in land- en tuinbouw de tijd tussen planten en oogsten overbruggen met eigen liquide middelen of via bankkrediet (oogstkrediet). Maar als gevolg van de kredietcrisis ontbraken bij een groot aantal bedrijven de middelen daarvoor. Evenals andere ondernemers konden ook zij door de crisis minder makkelijk een lening krijgen. Geldgevers verlangden namelijk steeds meer zekerheid in de vorm van meer eigen vermogen.

Garantieregeling van de overheid

Op zich gezonde land- en tuinbouwbedrijven beschikten als gevolg van de economische malaise niet over voldoende middelen om de noodzakelijke investeringen voor het nieuwe teeltseizoen te betalen. De overheid verleende daarom vanaf 1 oktober 2009 voor alle sectoren in land- en tuinbouw een tijdelijke garantstelling op leningen die bestemd waren voor financiering van de lopende bedrijfsvoering. Het betrof investeringen in plantgoed, energie en arbeid.

 

Voorwaarden garantieregeling

Het ministerie hanteerde in het kader van deze garantieregeling de volgende voorwaarden :

  • Op de lening gold gedurende twee jaar geen aflossingsverplichting;
  • De garantie bedroeg 50% van het geleende bedrag;
  • De lening werd aangeboden tegen een marktconforme rente;
  • Voor leningen in het kader van deze regeling werd eenmalig een provisiebedrag van 4,5% in rekening gebracht;
  • Ondernemers kwamen uitsluitend voor de garantie in aanmerking als zij bij gebrek aan voldoende zekerheden volgens gebruikelijke bancaire beoordelingsnormen geen financiering zouden verkrijgen;
  • De overheid stelde zich op de lening voor een periode van maximaal 3 jaar garant;
  • De ondernemer kon op basis van deze regeling minimaal 50.000 en maximaal 850.000 euro lenen.
  • Ondernemers konden slechts éénmaal gebruik maken van de garantieregeling.

Bank en overheid elk voor 50% garant

De overheid stelde zich voor 50 procent garant voor leningen in het kader van deze garantieregeling. De overige 50 procent kwamen voor rekening van de bank. Aan kredietverstrekkers bood dit extra zekerheid. Redt de ondernemer het niet ondanks de lening, dan neemt de staat 50 procent van de restschuld over. Aangezien er een bovengrens van 200 miljoen euro is ingesteld, staat de overheid per lening ten hoogste voor 100 miljoen euro garant.