Langer werken voor goed pensioen
Pensioenen zouden volgens sommige inkomensdeskundigen de eerstvolgende 15 jaar wel eens 20 tot 30 procent achter kunnen blijven bij de loonontwikkeling. De verliezen zijn het grootst bij vijftigplussers omdat die al een aanzienlijk spaardeel hebben opgebouwd. Wie dat verlies wil compenseren is vaak genoodzaakt langer door te werken.
Langer doorwerken als gevolg van herstelplannen
Veel vijftigplussers moeten één tot vijf jaar langer doorwerken om een aanvaardbaar pensioen te behouden. Dat is tenminste de conclusie op basis van de herstelplannen die diverse pensioenfondsen hebben ingediend. De waarde van het aanvullend pensioen kan aanmerkelijk dalen omdat pensioenfondsen niet alleen hun uitkeringen maar ook de opbouw van de pensioenen bevriezen om zodoende weer te voldoen aan de voorgeschreven dekkingsgraad.
Pensioenen blijven achter bij de loonontwikkeling
Pensioenen zouden volgens sommige pensioenspecialisten de eerstvolgende 15 jaar wel eens 20 tot 30 procent achter kunnen blijven bij de loonontwikkeling. Die conclusie is gebaseerd op het herstelplan zoals ingediend door het pensioenfonds ABP voor ambtenaren. Maar andere fondsen zoals Zorg en Welzijn en het fonds PME (metaal- en elektro branche), kennen een vergelijkbaar herstelplan. De schade is het grootst bij vijftigplussers omdat die al een aanzienlijk spaardeel hebben opgebouwd. Wie dat verlies wil compenseren is vaak genoodzaakt om langer door te werken.
Wie meer verdient, moet extra lang doorwerken
Aangenomen wordt dat iemand met een modaal jaarinkomen van pakweg € 30.000 bruto één tot anderhalf jaar extra moet werken. En die extra arbeidsduur kan hoger uitvallen naarmate men meer verdient: drie jaar langer voor werknemers met 60 tot 70 duizen euro bruto-jaarinkomen. En vier tot 5 jaar extra bij inkomens rond een ton.
Daar is overigens een plausibele verklaring voor. Het totale pensioen, opgebouwd uit AOW plus aanvullend pensioen, bestaat bij een lager inkomen voor een groter deel uit AOW. En aangezien de AOW wél elk jaar blijft stijgen, heeft iemand die minder verdient een betere uitgangspositie dan iemand met een hoger inkomen. Diéns pensioen immers, bestaat voor een groter deel uit aanvullend pensioen, dat géén jaarlijkse stijging kent.
|