Ontslag, wie staat het eerst op straat
Ontslag is aan de orde van de dag nu onze economie in een vrije val verkeert. Maar kan een werkgever iemand zomaar ontslaan of gelden daarvoor toch bepaalde regels. Met andere woorden: wie vliegt er het eerst uit?
UWV toetst aan Ontslagbesluit
Werkgevers kunnen hun werknemers niet naar willekeur ontslaan. Men dient zich te houden aan het Ontslagbesluit van het Ministerie van Sociale Zaken. Of er al dan niet sprake is van rechtmatig ontslag, wordt getoetst door het UWV.
Tot 2006 gold "last in, first out"
Tot voor enkele jaren waren werknemers die het kortst in dienst waren het eerst aan de beurt. Dit beginsel, bekend onder de naam 'last in, first out' werd in 2006 vervangen door het afspiegelingsbeginsel.
In het verleden waren bij ontslagrondes met name jonge, veelbelovende werknemers de dupe van het anciënniteitbeginsel (last in, first out), terwijl oudere krachten met veel dienstjaren konden blijven zitten. Bij werkgevers echter bestond de behoefte om juist die jonge ambitieuze krachten binnen boord te houden. Dat leidde in 2006 tot de invoering van het afspiegelingsbeginsel.
Tegenwoordig is leeftijdsgroep bepalend
Bij het afspiegelingsbeginsel vormt de leeftijdsopbouw van het personeelsbestand het uitgangspunt. In het Ontslagbesluit worden de volgende leeftijdscategoriën onderscheiden: 15-24 jaar, 25-34 jaar, 35-44 jaar, 45-54 jaar en 55 jaar en ouder. De genoemde leeftijdsgroepen zijn dwingend voorgeschreven; Werkgevers mogen er dus geen eigen indeling op na houden.
Geen absolute garanties
Wie kort in dienst is vliegt er op basis van het afspiegelingsbeginsel weliswaar niet meer per definitie als eerste uit, maar blijft toch niet altijd volledig buiten schot. Binnen de vastgestelde leeftijdsgroepen namelijk, geldt het anciëniteitsbeginsel nog wél en wordt de werknemer met het kortste dienstverband als eerste voor ontslag voorgedragen. Maar zoals al gezegd: of er al dan niet sprake is van onrechtmatig ontslag, wordt getoetst door het UWV.
|